Het PABO-model: onderwijsmodellen leren gebruiken in de praktijk

Wie zoekt naar het PABO-model, kan verschillende dingen bedoelen. Soms gaat het om een voorbeeld of aanpak die studenten aan de pabo gebruiken; soms om een didactisch model voor het voorbereiden van lessen. Er is niet één landelijk vastgelegd model dat overal op de pabo dezelfde naam en betekenis heeft. Wel leren aanstaande leerkrachten werken met verschillende onderwijsmodellen en die bewust toe te passen in de klas.

Wat leer je op de pabo over onderwijsmodellen?

Een onderwijsmodel biedt structuur bij het ontwerpen en geven van een les. Het helpt een leerkracht keuzes te maken: wat moeten leerlingen leren, hoe sluit de les aan bij wat ze al weten en hoe wordt duidelijk of het doel is bereikt? Op de pabo leren studenten zulke modellen niet alleen uit boeken. Ze oefenen ermee tijdens opdrachten, stages en lesbesprekingen.

Bekende voorbeelden zijn het directe-instructiemodel, het activerende directe-instructiemodel en onderzoekend leren. Elk model legt andere accenten. Bij directe instructie geeft de leerkracht uitleg en begeleidt die het oefenen. Bij onderzoekend leren krijgen leerlingen juist ruimte om vragen te stellen, informatie te verzamelen en zelf tot inzichten te komen.

Een model gebruiken bij het voorbereiden van een les

Een model is geen vast script dat voor elke groep hetzelfde werkt. Het is een hulpmiddel om een les doelgericht op te bouwen. Bij de voorbereiding kan een student bijvoorbeeld deze stappen doorlopen:

  • Formuleer het lesdoel: wat kunnen of weten leerlingen na afloop?
  • Verken de beginsituatie: wat weten de leerlingen al en waar hebben ze extra ondersteuning bij nodig?
  • Kies een passende aanpak: welke uitleg, oefening of activiteit helpt bij het lesdoel?
  • Betrek de leerlingen: hoe blijven zij actief nadenken en meedoen?
  • Controleer het leren: waaraan is te zien of het doel is behaald?
  • Reflecteer achteraf: wat werkte goed en wat kan de volgende keer anders?

Van theorie naar de klas

De waarde van een model blijkt vooral wanneer een student het toepast in een echte klas. Een les kan op papier goed opgebouwd zijn, maar in de praktijk anders verlopen. Misschien hebben leerlingen meer uitleg nodig, is de opdracht te moeilijk of blijkt er juist ruimte te zijn om verder te verdiepen.

Daarom horen observeren en reflecteren bij het leren lesgeven. Na een les kan de student bespreken of de leerlingen actief waren, of de uitleg aansloot bij hun niveau en of de gekozen werkvorm het leerdoel ondersteunde. Feedback van een praktijkbegeleider helpt om vervolgstappen te bepalen.

Een hulpmiddel, geen doel op zich

Onderwijsmodellen helpen pabo-studenten om hun keuzes te onderbouwen en lessen overzichtelijk op te bouwen. Toch is niet het volgen van een model het belangrijkste. De leerkracht kijkt steeds naar de leerlingen, de leerstof en de situatie in de klas. Een model werkt dus het best als flexibel hulpmiddel: gebruik de onderdelen die passen en stel de aanpak bij wanneer dat nodig is.

Wie met de term PABO-model zoekt naar een specifiek schema, doet er goed aan te controleren welke opleiding, methode of onderwijscontext ermee wordt bedoeld. De naam wordt niet overal gebruikt voor hetzelfde model. In de praktijk gaat het vaak om de bredere vaardigheid die centraal staat op de pabo: doelgericht lesgeven, goed kijken naar leerlingen en blijven leren van wat er in de klas gebeurt.

 

Vijf Tips voor Effectief Lesgeven met het PABO Model

  1. Begin met een helder lesdoel.
  2. Sluit aan bij de beginsituatie van leerlingen.
  3. Kies passende werkvormen en materialen.
  4. Geef duidelijke instructies en controleer begrip.
  5. Evalueer de les en stel bij waar nodig.

Begin met een helder lesdoel.

Begin met een helder lesdoel: bepaal vooraf wat leerlingen aan het einde van de les moeten weten of kunnen. Een concreet doel geeft richting aan je uitleg, opdrachten en evaluatie. Zo kun je tijdens de les beter inschatten of leerlingen op koers liggen en achteraf nagaan of het gewenste resultaat is bereikt.

Sluit aan bij de beginsituatie van leerlingen.

Sluit bij het kiezen en toepassen van een PABO-model aan bij de beginsituatie van je leerlingen. Breng eerst in kaart wat ze al weten en kunnen, welke ervaringen ze meebrengen en waar ze nog ondersteuning bij nodig hebben. Zo kun je de uitleg, opdrachten en begeleiding afstemmen op hun niveau. Dit vergroot de kans dat de les begrijpelijk en uitdagend is voor iedereen.

Kies passende werkvormen en materialen.

Kies werkvormen en materialen die aansluiten bij het lesdoel, het niveau en de interesses van je leerlingen. Denk bijvoorbeeld aan een korte instructie, samenwerken in tweetallen, een praktische opdracht of een digitale quiz. Passende werkvormen houden leerlingen betrokken en geven hun verschillende kansen om de leerstof te begrijpen en toe te passen. Zorg er ook voor dat materialen duidelijk, toegankelijk en geschikt zijn voor de groep.

Geef duidelijke instructies en controleer begrip.

Geef leerlingen duidelijke, concrete instructies en vertel stap voor stap wat je van hen verwacht. Gebruik waar nodig een voorbeeld of laat een opdracht kort voordoen. Controleer daarna of iedereen de uitleg begrijpt, bijvoorbeeld door een leerling de opdracht in eigen woorden te laten herhalen of samen de eerste stap te maken. Zo kun je eventuele onduidelijkheden meteen aanpakken en met vertrouwen aan de les beginnen.

Evalueer de les en stel bij waar nodig.

Evalueer na de les of de leerlingen het leerdoel hebben bereikt en welke onderdelen goed werkten. Kijk bijvoorbeeld naar hun antwoorden, betrokkenheid en de vragen die ze stelden. Bespreek wat anders kan en stel het pabo-model waar nodig bij: geef extra uitleg, pas de opdracht aan of kies een andere werkvorm. Zo sluit de volgende les beter aan bij wat de leerlingen nodig hebben.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit exceeded. Please complete the captcha once again.